Een kunstgalerie toont doorgaans het werk van kunstenaars die ze vertegenwoordigen, en waarvan de kunst nog in handen is van de kunstenaar zelf. Een kunstenaar geeft het werk dat hij of zij gemaakt heeft in bruikleen aan een galerie. Dit noemt men met een chic woord ook wel in consignatie. Een kunsthandel daarentegen biedt werk aan dat al eerder is aangekocht door het bedrijf zelf. Het is in feite “tweedehands” kunst.
Bij een kunsthandel is het overgrote deel van de kunstwerken doorgaans van een heleboel verschillende (overleden) kunstenaars. Het is in feite niets meer dan een winkel welke gespecialiseerd is in kunst. Het komt bij galeries vaak voor dat er zogenaamde monografische tentoonstellingen gehouden worden. Dit betekent dat de tentoonstelling gaat over één specifiek onderwerp, of één specifieke kunstenaar als maker heeft. Dit wordt ook wel een thematentoonstelling of een solotentoonstelling genoemd.
Kunstgaleries houden echter wel eens een accrochage of een seizoenssalon. Dit zijn tentoonstellingen waarin een overzicht te zien is van alle vertegenwoordigde kunstenaars. Een galerie kiest er daarnaast vaak voor om zich te richten op één bepaalde kunststroming, of één bepaalde kunsttechniek. Een kunsthandel is vaak een stuk breder aangelegd en verkoopt voornamelijk om het verkopen. Niet zozeer om een persoonlijke stijl of voorliefde voor een stijl uit te dragen.